26 januari

De welwillendheid

"Bekleedt u met... ontferming, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid."

— Kolossenzen 3:12

Vader van goedheid,

Ik kan zo kritisch zijn, zo snel in het oordelen, zo hard in mijn gedachten en woorden. Naar mezelf eerst, dan naar anderen. Deze strengheid vergiftigt mijn relaties en mijn hart.

Leer mij welwillendheid. Die zachte blik die het goede zoekt in elke persoon, die het voordeel van de twijfel geeft, die onhandigheid vergeeft. Dat woord dat aanmoedigt in plaats van te bekritiseren, dat opheft in plaats van neer te halen.

Moge ik anderen kunnen zien met Uw ogen, met medeleven en begrip. Moge mijn aanwezigheid rustgevend, troostend, weldadig zijn. Moge ik voor ieder een weerspiegeling zijn van Uw oneindige welwillendheid.

Amen.

Reflectie

Welwillendheid wordt eerst met zichzelf beoefend. Spreek vandaag tegen uzelf met zachtheid, zoals u zou doen met een dierbare vriend. Breid dan die welwillendheid uit om u heen.

Voor hen die lijden onder oordelen en welwillendheid nodig hebben.